Eenvoud in de universitaire bekostiging

Een korte blog van bindboek kan nog korter samengevat worden in twee uitspraken:
– Complexiteit is ijdel en maakt afhankelijk
– Eenvoud is mooi.

Hoe waar is dit als ik kijk naar een onderwerp waar ik mijn hele werkzame leven zo nu en dan tegenaan loop: de bekostiging van universiteiten en onderdelen daarvan.
Ruim dertig jaar geleden begonnen de studentaantallen te stijgen, terwijl ook toen al het geld bijna op was. Om tot een goede verdeling van het relatief schaarser wordende geld te komen werden de diversie soorten kosten die gemaakt moeten worden voor onderwijs en onderzoek onderzocht. Dat leidde soms tot empirische conclusies en soms tot complexe constructies op basis van moeizaam tot stand gekomen compromissen. Per kostensoort verschillend dus samen een flinke chaos. Afschrikkend voor de leek, een prachtige speeltuin voor wie er de weg weet!
Zij kunnen bijna ongehinderd beleid aanpassen en/of bezuinigen.

Mijn eerste actie om tot vereenvoudiging van de bekostigingssystematiek voor de universiteiten te komen presenteerde ik rond 1983 in een kelderzaaltje aan de Drift in Utrecht aan mijn collega’s in den lande. Ik had de berekeningen in de drie losse modellen (PGM: plaatsen geld model, NWP: niet wetenschappelijk personeel en GPL: gemiddelde personeelslast) als wiskundige vergelijkingen opgeschreven en herleid tot een simpele formule met een paar te bekostigen grootheden en heel ingewikkelde parameters die bij invulling leiden tot een prijs (of tarief) per grootheid.
Een eye-opener die een belangrijke stimulans was voor het latere HOBEK (hoger onderwijs bekostiging) wat in essentie nog steeds gehanteerd wordt.

De discussie ging daarna niet meer over die ingewikkelde kostprijsberekeningen, maar over de keuze van de te bekostigen grootheden. Soms werd gekozen voor ingeschrevenen (omdat die nu eenmaal de kosten veroorzaken), soms voor diploma’s (omdat de maatschappij daar op zit te wachten), soms voor combinaties of varianten. Daarbij speelt de politieke mode een rol, maar ook is duidelijk dat zo nu en dan een verandering nuttig is om een te sterke sturing op de bekostigingsgrootheden te voorkomen. De HBO-fraude kon mede zulke grote vormen aannemen omdat daar niet de veelvuldige wisselingen van bekostigingsgrootheden plaats heeft gehad die wel voor de universiteiten aan de orde was.
Binnen universiteiten en universitaire onderdelen bestaat de neiging een bestaand bekostigingsmodel te voorzien van nieuwe toeters en bellen als daar een beleidsmatige aanleiding voor is. Dat leidt meestal tot complicering, totdat het ook voor de het bestuur zelf niet meer te hanteren is. Dan kan ook een ander probleem ontstaan. Een ingewikkeld model kan de indruk wekken dat met veel zaken rekening wordt gehouden. Ga je over tot vereenvoudiging, dan is dat niet meer het geval. Als het bestuur dan geen echt beleid heeft, werkt vereenvoudiging als het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer…
Ik heb daar overigens geen medelijden mee – een bestuur dat geen beleid heeft en dat wil verhullen, verdient het niet om te besturen.

Ook in de universitaire bekostiging geldt het gezegde van bindboek: eenvoud is mooi!

Zie ook mijn eerdere blog over fractale bekostiging.

Reyer Brons

Deze blog is eerder geplaatst op Mindz

Advertenties

Fractale verdeelmodellen – rationaliteit en rituelen

Fractale structuren zijn patronen die je ziet als je op afstand ergens naar kijkt, maar ook weer als je nauwkeuriger naar details kijkt. Zie bijvoorbeeld het patroon van de nerven in een boomblad.

Verdeelmodellen zijn een verzameling van rekenregels die gebruikt worden door een instantie die geld ter beschikking heeft, om middelen te verdelen om de uitvoering van bepaalde taken te kunnen financieren.
Zie als voorbeeld het Gemeentefonds en het Provinciefonds waarin het Rijk op basis van een aantal maatstaven met een zekere objectiviteit middelen verdeelt. Het alternatief (zoals bijvoorbeeld bij subsidies voor kunst) is dat alles kwalitatief beargumenteerd moet worden, eventueel via een tussenrol van een advies orgaan.
Deze maatstaven zijn uiteraard voortdurend onderwerp van discussies waarin pogingen tot beleidsmatige rationaliteit en pure belangenbehartiging door elkaar lopen.

Dergelijke verdeelmodellen worden bij mijn weten eigenlijk maar op één niveau gebruikt, zie als voorbeeld het Gemeentefonds en het Provinciefonds, maar ook de manmier waarop het geld verdeeld wordt over basisscholen en voortgezet onderwijs.
Wellicht dat grote gemeentes met deelgemeentes dit door kunnen vertalen naar deelgemeentes.
De enige uitzondering hierop die ik ken zijn de universiteiten. Het ministerie kan een model gebruiken voor de toewijzing naar de universiteiten, deze kunnen dat weer gebruiken naar de faculteiten en binnen de faculteiten kan dat weer richting secties of afdelingen. Dat is niet alleen in Nederland zo, maar ook in zeer veel landen met een goed ontwikkeld universitair stelsel.
Het bijzondere aan deze modellen is dat er in essentie twee componenten in zitten. De ene is voor het onderwijs. Dat laat zich redelijk goed beschrijven in een aantal te kwantificeren componenten zoals instroom, inschrijving, behaalde studiepunten en diploma’s.
De andere component, onderzoek, leent zich daar niet voor. In de modellen komt dan of de uitslag van een stel procedures (zoals bij kunstsubsidies), of een opslag op de onderwijstaak, of het bestaande wordt gehandhaafd. Uiteraard komen mengvormen voor.

Op vallend is de mate waarin de fractale aanpak van de verdeling via modellen van ministerie tot secties, vaker tot het laagste niveau doorgezet wordt naarmate er meer geld voor onderwijs en minder voor onderzoek is. Praktisch gesproken betekent dat dat in de beta-hoek modellen een beperkte rol spelen en in de alfa-hoek een grote. Als er toch veel beslist moet worden op basis van selectie (zoals bij onderzoek, waarbij kwaliteit voorop staat en soms andere overwegingen een rol spelen) hechten betrokken geen waarde aan de intersubjectieve rationaliteit vaneen model. Maar bij de alfa’s lijkt de discussie over de modellen vaak op een rituele dans, noodzakelijk de besluitvorming tot stand te laten komen.

Graag hoor ik ervaringen en opvattingen van anderen over deze fenomenen.

 

Deze blog is eerder geplaatst op Mindz.