Fractale verdeelmodellen – rationaliteit en rituelen

Fractale structuren zijn patronen die je ziet als je op afstand ergens naar kijkt, maar ook weer als je nauwkeuriger naar details kijkt. Zie bijvoorbeeld het patroon van de nerven in een boomblad.

Verdeelmodellen zijn een verzameling van rekenregels die gebruikt worden door een instantie die geld ter beschikking heeft, om middelen te verdelen om de uitvoering van bepaalde taken te kunnen financieren.
Zie als voorbeeld het Gemeentefonds en het Provinciefonds waarin het Rijk op basis van een aantal maatstaven met een zekere objectiviteit middelen verdeelt. Het alternatief (zoals bijvoorbeeld bij subsidies voor kunst) is dat alles kwalitatief beargumenteerd moet worden, eventueel via een tussenrol van een advies orgaan.
Deze maatstaven zijn uiteraard voortdurend onderwerp van discussies waarin pogingen tot beleidsmatige rationaliteit en pure belangenbehartiging door elkaar lopen.

Dergelijke verdeelmodellen worden bij mijn weten eigenlijk maar op één niveau gebruikt, zie als voorbeeld het Gemeentefonds en het Provinciefonds, maar ook de manmier waarop het geld verdeeld wordt over basisscholen en voortgezet onderwijs.
Wellicht dat grote gemeentes met deelgemeentes dit door kunnen vertalen naar deelgemeentes.
De enige uitzondering hierop die ik ken zijn de universiteiten. Het ministerie kan een model gebruiken voor de toewijzing naar de universiteiten, deze kunnen dat weer gebruiken naar de faculteiten en binnen de faculteiten kan dat weer richting secties of afdelingen. Dat is niet alleen in Nederland zo, maar ook in zeer veel landen met een goed ontwikkeld universitair stelsel.
Het bijzondere aan deze modellen is dat er in essentie twee componenten in zitten. De ene is voor het onderwijs. Dat laat zich redelijk goed beschrijven in een aantal te kwantificeren componenten zoals instroom, inschrijving, behaalde studiepunten en diploma’s.
De andere component, onderzoek, leent zich daar niet voor. In de modellen komt dan of de uitslag van een stel procedures (zoals bij kunstsubsidies), of een opslag op de onderwijstaak, of het bestaande wordt gehandhaafd. Uiteraard komen mengvormen voor.

Op vallend is de mate waarin de fractale aanpak van de verdeling via modellen van ministerie tot secties, vaker tot het laagste niveau doorgezet wordt naarmate er meer geld voor onderwijs en minder voor onderzoek is. Praktisch gesproken betekent dat dat in de beta-hoek modellen een beperkte rol spelen en in de alfa-hoek een grote. Als er toch veel beslist moet worden op basis van selectie (zoals bij onderzoek, waarbij kwaliteit voorop staat en soms andere overwegingen een rol spelen) hechten betrokken geen waarde aan de intersubjectieve rationaliteit vaneen model. Maar bij de alfa’s lijkt de discussie over de modellen vaak op een rituele dans, noodzakelijk de besluitvorming tot stand te laten komen.

Graag hoor ik ervaringen en opvattingen van anderen over deze fenomenen.

 

Deze blog is eerder geplaatst op Mindz.

Advertenties

Een gedachte over “Fractale verdeelmodellen – rationaliteit en rituelen

  1. Pingback: Eenvoud in de universitaire bekostiging | apmgroep

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s